RNA staat voor ribonucleïnezuur (Engels: Ribo Nucleic Acid) en bestaat uit ketens van nucleotiden. RNA lijkt qua chemische structuur op DNA. Het wordt in organismen geproduceerd tijdens de transcriptie, het proces waarbij DNA wordt overgeschreven met behulp van RNA Polymerase, van 5' naar 3'.
bewerk Verschillen tussen DNA en RNA
Links: Een RNA streng met uracil als vierde base. Rechts: DNA met thymine als vierde base.
- Een RNA-nucleotide bevat ribose in plaats van desoxyribose
- RNA bevat het nucleotide uracil (U) in plaats van thymine (T)
- In organismen is RNA doorgaans enkelstrengs en DNA dubbelstrengs. Dubbelstrengs RNA komt wel voor in het genetisch materiaal van sommige RNA-virussen, en speelt in planten een rol bij cellulaire immuniteit.
bewerk Vormen van RNA
- Messenger RNA of mRNA wordt gebruikt als coderend molecuul bij de translatie. Pre-mRNA is het RNA zoals het eruit ziet direct na de transcriptie van een gen dat codeert voor een eiwit. Door middel van RNA-processing wordt het pre-mRNA bewerkt tot mRNA. Pre-mRNA kan zowel introns (niet-coderende delen) als exons (coderende delen) bevatten. Door middel van splicing worden de introns uit het RNA 'gesplitst'.
- Ribosomaal RNA of rRNA vormt het belangrijkste bestanddeel van ribosomen. Ribosomen zijn in staat tijdens de translatie mRNA af te lezen en de aminozuren van het eiwit aan elkaar te koppelen.
- Transfer RNA of tRNA speelt tijdens de translatie een rol als drager van aminozuren. tRNA bevat een anticodon waarmee het in het ribosoom tijdelijk kan binden met een bijbehorend codon op het mRNA.
- Micro-RNA of miRNA dat een rol speelt bij de regulatie van genen.
- Small interfering RNA = klein interfererend RNA (siRNA) bestaat uit 20 tot 25 nucleotiden lang RNA dat ook de expressie van genen beïnvloedt.
- Small nuclear RNA of snRNA speelt een rol bij de regulatie van splicing (U1, U2, U4, U5 en U6 RNA), de regulatie van transcriptie elongatie (7SK RNA) of de regulatie van de activiteit van RNA polymerase II (B2 RNA). De meeste snRNA's worden gesynthetiseerd door RNA polymerase II, enkele door RNA polymerase III (7SK, B2, U6).
- RNA-primers worden gebruikt bij het starten van DNA-polymerase op de volgend streng (lagging strand).
- snoRNA, small nucleolar RNA's, klein nucleolus-RNA.
- dsRNA, double stranded RNA, RNA dat net als DNA basenparen kent, maar dan als RNA.
- ncRNA, non coding RNA, een verzamelnaam voor RNA-moleculen die niet getransleerd worden in eiwitten.
- scRNA, small cytoplasmatic RNA, klein cytoplasmatisch RNA.
- gRNA, guide RNA, gids-RNA.
Een virus kan zijn erfelijk materiaal in DNA maar ook in RNA opslaan. Een RNA-virus moet naast zijn RNA ook een reverse transcriptase in de gastheer krijgen om zich te vermenigvuldigen. De benodigde code is in het virale RNA gecodeerd. Naast dit ribosoom en de vermeerdering van dit RNA laat het virus eiwitten van de capsule maken door de gastheercel.
RNA speelt ook een rol in de cellulaire afweer, vooral actief in planten. Dubbelstrengs RNA zet processen in de cel aan de gang die expressie van dat RNA (het aanmaken van eiwitten, translatie) specifiek remt. Ook leidt dit veel dubbelstrengs RNA tot een gecontroleerde celdood apoptose. Omdat dubbelstrengs RNA vaak voorkomt bij virale infecties en ontregelde cellen is dit een goede zaak voor de plant.
bewerk Externe links
|