Plotinus.html

 
ca de en es fr it nl no pl pt ru ro fi sv tr vo


 

Plotinus

Plotinus (Grieks: Πλωτῖνος) (Assioet, Egypte, ca. 204/5 – Minturnae, Campania, 270), was een belangrijk filosoof uit de antieke wereld die door velen wordt gezien als de grondlegger van het Neoplatonisme (samen met zijn leraar Ammonius Saccas). Veel van onze biografische informatie over hem is afkomstig uit het voorwoord van Porphyrius bij de uitgave van Plotinus zijn hoofdwerk de Enneaden. Zijn metafysische werken hebben eeuwenlang grote invloed uitgeoefend op Heidense-, Christelijke-, Joodse-, Vroeg-Islamitische en Gnostische metafysici en mystici.

Inhoud

bewerk Biografie

Porphyrius vermeldt dat Plotinus 66 jaar oud was toen hij in 270, het tweede jaar van het bewind van keizer Claudius II stierf, waardoor we dus weten dat Plotinus rond het jaar 204 moet zijn geboren. Eunapius schrijft dat Plotinus is geboren in de stad, Lyconpolis (Latijn: Lyco) het huidige Assioet in Egypte. Op basis hiervan speculeert men over zijn achtergrond. Was hij van Romeinse-, [1] Griekse-, [2] of misschien toch van gehelleniseerde, Egyptische [3] afkomst?

Plotinus had een inherent wantrouwen tegen de materialiteit (een niet ongebruikelijke houding binnen het platonisme) en stond op het standpunt dat verschijnselen slechts een slap aftreksel of mimese zijn van iets "hogers en onbegrijpelijks" [VI.I], het "waardere deel van ons echte wezen". Dit wantrouwen strekte zich uit tot het lichamelijke, zijn eigen lichaam inbegrepen. Porphyrius meldt dat hij weigerde om zijn portret te laten schilderen, vermoedelijk vanwege zijn afkeer van het lichamelijke. Ook sprak Plotinus nooit over zijn afkomst, zijn jeugd en geboortedatum of -plaats. Volgens alle beschrijvingen leefde hij zijn persoonlijke en sociale leven volgens de hoogste morele en spirituele normen.

Plotinus begon zijn filosofische studies op de leeftijd van zevenentwintig jaar, dus zo rond het jaar 232. Hij reisde daarvoor naar Alexandrië. Daar was Plotinus niet tevreden over het gebodene, totdat een kennis hem adviseerde om te gaan luisteren naar de ideeën van Ammonius Saccas. Nadat hij Ammonius had gehoord, verklaarde hij tegen een vriend, "Dit was de man naar wie ik zocht," en begon intensief te studeren onder zijn nieuwe leraar. Behalve door Ammonius werd Plotinus ook beïnvloed door werken van Alexander van Aphrodisias, Numenius, en diverse Stoïcijnen.

bewerk Expeditie naar Perzië en vestiging in Rome

Na zo'n elf jaar in Alexandrië te hebben doorgebracht besloot hij in 242, toen hij een jaar of 38 was, om onderzoek te doen naar de filosofische leerstellingen van de Perzische - en de Indiase filosofen [4] In de uitoefening van dit streven verliet hij Alexandrië en sloot zich aan bij het leger van Gordianus III, dat een veldtocht tegen Perzië voorbereidde. Deze campagne werd echter een mislukking, en na de dood van Gordianus vond Plotinus zichzelf verlaten terug in een vijandig land. Slechts met moeite wist hij zijn weg terug te vinden naar het veilige Antiochië.

Na zijn veertigste, tijdens de regering van Philippus I Arabs, (keizer van 244-249) kwam hij naar Rome, waar hij het grootste deel van de rest van zijn leven zou verblijven. Hij trok er een flink aantal studenten. Zijn vertrouwelingen onder zijn volgelingen waren Pophyrius, Amelius Gentilianus uit Toscane, de Senator Castricius Firmus en Eustochius van Alexandrië, een arts die tot het eind van zijn leven bij Plotinus bleef. Andere studenten waren: Zethos, die eerder stierf dan Plotinus en hem in zijn erfenis enige landerijene naliet; Zoticus, een criticus en dichter, Paulinus, een arts uit Scythopolis en Serapion uit Alexandrië. Behalve Castricius had hij ook andere studenten uit de kringen van de Romeinse Senaat, zoals Marcellus Orontius Sabinillus en Rogantianus. Hij had ook vrouwelijke studenten. Bij een van hen, Gemina, woonde hij tijdens zijn verblijf in Rome in huis. Andere vrouwelijke leerlingen waren haar dochter, ook Gemina, en Amphiclea, de echtgenote van Ariston de zoon van Iamblichus. [5] In deze periode voerde Plotinus ook een briefwisseling met de filosoof Cassius Longinus.

bewerk Latere leven

In Rome verwierf Plotinus ook het respect van keizer Gallienus (keizer van 253-268) en zijn vrouw Julia Cornelia Salonina. Op een bepaald moment heeft Plotinus geprobeerd Gallienus te interesseren in de wederopbouw van een verlaten nederzetting in Campania, bekend als de 'Stad van de Filosofen', waar de inwoners zouden leven op basis van de "Wetten" van Plato. Om voor Porphyrius onbekende reden (hij bericht over deze zaak) werd er echter geen keizerlijke subsidie toegekend.

Porphyrius ging later in Sicilië wonen, waar hem in 270 het bericht bereikte dat zijn vroegere leraar was overleden. De filosoof bracht zijn laatste dagen in afzondering door op een landgoed in Campania, wat hem was nagelaten door zijn vriend Zethos. Volgens het verslag van Eustochius, die hem tot het eind bijstond, waren Plotinus laatste woorden: "Streef er naar om het Goddelijke in jezelf terug te geven aan het Goddelijke in het alomvattende". Eustochius tekent op dat precies op het moment dat de filosoof stierf een slang onder het bed van Plotinus kroop en vervolgends weggleed door een gat in de muur.

Plotinus schreef de essays die later de Enneaden werden over een periode van meerdere jaren vanaf ca 253 tot een paar maanden voor zijn dood, zeventien jaar later. Porphyrius wijst er op dat de Enneaden, voordat ze door hemzelf waren samengesteld en geordend, slechts een enorme verzameling van notities en essays waren, die door Plotinus werden gebruikt in zijn colleges en debatten, in plaats van het formele boek dat Porphyrius ervan gemaakt heeft. Plotinus was zelf vanwege een slecht gezichtsvermogen niet in staat om zijn eigen werk te redigeren, terwijl zijn geschriften volgens Porphyrius juist een uitgebreide redactie vereisten: het handschrift van Plotinus was afschuwelijk, ook wist hij zijn woorden niet goed van elkaar te scheiden en hij trok zich ook weinig aan van de subtiliteiten van de toenmalige spellingsregels. Plotinus had een hartgrondige hekel aan het redactionele proces, en liet deze taak graag aan Porphyrius over, die de geschriften van Plotinus bijschaafde en bundelde in de Enneaden.

bewerk Plotinus zijn theorie

bewerk Het 'Ene'

Plotinus leert dat er een een hoogste, volledig transcendente, 'Ene' is, dat geen opdeling, meervoudigheid of onderscheid bevat. Het 'Ene' staat buiten alle categorieën van zijn en niet-zijn. Het concept van "zijn" wordt door ons mensen afgeleid uit de dagelijks objecten van de menselijke ervaring, en is een attribuut van deze objecten, maar het oneindige, transcendente, 'Ene' valt echter buiten bereik van deze dagelijkse objecten, en daarom ook buiten bereik van de concepten die de mensen uit deze dagelijkse objecten afleiden. Het 'Ene' "kan niet een bestaand object zijn", en kan ook niet alleen de som zijn van alle bestaande dingen (vergelijk de stoïsche doctrine van het ongeloof in het niet-materiële bestaan), maar het "gaat vooraf aan alle bestaan". Er kunnen dus geen attributen aan het 'Ene' worden toegekend. We kunnen het 'Ene' alleen identificeren met het Goede en met het beginsel van de Schoonheid. [I.6.9]

Gedachten kunnen bijvoorbeeld niet aan het 'Ene' worden toegeschreven, omdat denken een onderscheid impliceert tussen de denker en de objecten, waarover deze denkt. Zelfs een zelf-reflecterende intelligentie moet wel dualiteit bevatten. "Wanneer jij eenmaal 'Het goede' hebt geuit, denk dan geen verdere gedachten, want met elke nieuwe gedachte, introduceer je een tekortkoming." [III.8.10]. Plotinus ontkent dat het 'Ene' over waarnemingsvermogen, zelfbewustzijn of enig handelingsvermogen beschikt [V.6.6], maar als we er toch op staan het 'Ene' verder te beschrijven kunnen we het 'Ene' een zuivere 'dynamis', potentialiteit, noemen, zonder welke niets kan bestaan [III.8.10]. Zoals Plotinus op beide plaatsen en elders [bv. V.6.3] uitlegt, is het voor het 'Ene' onmogelijk om te zijn, laat staan om een zelfbewuste creërende God te zijn. In [V.6.4] vergelijkt Plotinus het 'Ene' met het "licht", de Goddelijke Nous (de eerste wil naar het het Goede), met de Zon, en tenslotte vergelijkt Plotinus de ziel met de Maan, waarvan het licht slechts een "afgeleide conglomeratie van licht van de 'Zon' is". Het eerste licht kan bestaan zonder enige hemellichaam.

Het 'Ene' staat buiten al deze attributen, waaronder zijn en niet-zijn, en is de bron van de wereld - maar niet via enige handeling van al of niet gewilde schepping, omdat een handeling niet kan worden toegeschreven aan het onveranderlijke, onbeweeglijke, 'Ene'. Plotinus betoogt dat het meervoudige niet kan bestaan zonder het enkelvoudige. Het "minder perfecte" moet noodzakelijkerwijs "uitstromen" uit het "perfecte" of "meer perfecte". Uiteindelijk stroomt alle "schepping" dus uit het 'Ene' in opeenvolgende fasen van meer naar minder perfectie. Deze fasen zijn niet in de tijd gescheiden, maar doen zich gedurende de tijd voor als een continue processen. Latere Neoplatonische filosofen, met name Iamblichus hebben honderden intermediaire wezens in hun systeem opgenomen tussen het 'Ene' en de mensheid; in vergelijking daarmee is Plotinus zijn systeem veel eenvoudiger.

bewerk Uitstroming (emanatie) uit het 'Ene'

Hoewel Plotinus in geen van zijn werken ooit het Christendom noemt, biedt hij een alternatief voor de orthodox-christelijke notie van de schepping uit het niets (creatio ex nihilo), die aan God zorgvuldige beraadslaging en handelingen van een wil toeschrijft. Emanatie ex deo (vanuit God), bevestigt de absolute transcendentie van het 'Ene'. De evolutie van de kosmos is louter en alleen een gevolg van het bestaan van het 'Ene'. Het 'Ene' wordt op geen enkele manier beïnvloed of verminderd door deze uitstromingen (vertaling van het Latijnse werkwoord emanare - uitstromen). De uitstromingen zelf wel, naarmate ze verder van het 'Ene' afraken, verliezen zij aan kracht. Plotinus gebruikt de analogie van de Zon, die altijd maar doorgaat licht uit te stralen zonder aan kracht en helderheid te verliezen, of de reflectie in een spiegel, die op geen enkele wijze afbreuk doet aan, of anderszins het object dat gespiegeld wordt wijzigt.

De eerste uitstroming is de nous (gedachte van de goddelijke geest, de levenskracht en orde van het universum) die metaforisch met de demiurg in Plato's Timaeus wordt geïdentificeerd. Het is de eerste wil tot het 'Goede'. Uit de nous komt de wereldziel voort, die Plotinus onderverdeelt in hoger en lager. Hij identificeeert het lagere aspect van de wereldziel met de natuur. Uit de wereldziel komen de individuele menselijke zielen voort, en tenslotte op het laagste niveau van het zijnde de materie, het laagste en minst perfecte niveau van de kosmos. Ondanks deze relatief lage waardering van de materiële wereld, benadrukte Plotinus de uiteindelijk goddelijke natuur van de materiële creatie, aangezien ook de materie een uitstroming is van het 'Ene'. Het is door het 'Goede' of via de schoonheid dat men het 'Ene' herkent zowel in de materiële dingen als ook in de vormen. [6]

De in essentie devotionele aard van Plotinus zijn filosofie kan verder worden geïllustreerd aan de hand van zijn concept van het bereiken van een extatische vereniging met het 'Ene' (de henose zie Iamblichus). Porphyrius vertelt dat Plotinus een dergelijke vereniging vier keer heeft bereikt in de jaren dat Porphyrius hem kende. Deze henose kan worden gerelateerd aan verlichting, bevrijding en andere concepten van mystieke vereniging in veel Oosterse en Westerse tradities. Sommigen hebben Plotinus zijn leer vergeleken met de hindoe-school van Advaita Vedanta (advaita "niet twee" of het "niet-duale"), [7].

bewerk Echt menselijk geluk

Authentiek menselijk geluk bestaat voor Plotinus uit de echte mens, die zich identificeert met dat wat het beste is in het universum. Want geluk is niet afhankelijk van fysieke zaken. Plotinus benadrukt het punt dat wereldlijk fortuin geen controle geeft over het echte menselijk geluk, en er "… bestaat geen enkel menselijk wezen dat niet in potentie of daadwerkelijk deze zaak bezit waarvan wij denken dat het de sleutel is tot geluk". (Enneaden I.4.4) De kwestie van geluk is één van Plotinus zijn grootste invloeden geweest op de Westerse beschaving, aangezien hij één van de eersten is geweest die het idee hebben geïntroduceerd dat eudaimonia (geluk) alleen bereikbaar is gerelateerd aan het bewustzijn.

De ware mens is een belichaamde contemplatieve capaciteit van de ziel, en superieur aan alle andere materiële zaken. Daar volgt uit dat echt menselijk geluk onafhankelijk is van de fysieke wereld. Echt geluk hangt af van de metafysische en authentieke mens die zich in zijn hoogste capaciteit van de rede bevindt. "Want de mens, en met name de kundige mens, is niet de koppeling van lichaam en ziel: het bewijs hiervoor is dat de mens kan worden ontkoppeld van het lichaam en zijn nominale goederen kan minachten" (Enneaden I.4.14). De mens die het geluk heeft bereikt zal niet worden gehinderd door ziekte, ongemak, enz, aangezien zijn focus op grotere dingen is gericht. Authentiek menselijk geluk is het gebruik van de meest authentieke menselijke capaciteit van contemplatie. Zelfs bij dagelijkse, fysieke actie, worden de daden van de bloeiende mens "… bepaald door de hogere fase van de ziel" (Enneaden III.4.6). Dit gaat zelfs op in de meest dramatische omstandigheden die Plotinus beschouwt (bijvoorbeeld als de kundige mens wordt onderworpen aan extreme fysieke folteringen). Plotinus concludeert dat dit alleen maar zijn claim versterkt dat het ware geluk metafysisch is, aangezien een werkelijk gelukkig mens zou begrijpen dat het alleen zijn lichaam is dat wordt gemarteld en niet zijn bewuste zelf, en dat geluk kan blijven voortduren.

Plotinus biedt een uitgebreide beschrijving van zijn opvattingen over een persoon die het geluk (eudaimonia) heeft bereikt. "Het perfecte leven" gaat over een persoon die redeneert en contempleert. (Enneaden I.4.4) Een gelukkig persoon zal geen slingerbeweging maken tussen blijheid en droefheid, zoals veel van Plotinus zijn tijdgenoten geloofden. De Stoïcijnen bijvoorbeeld betwijfelden het vermogen van iemand om gelukkig te zijn (er vanuitgaande dat geluk contemplatie is). Als deze persoon (tijdelijk) mentaal onbekwwam is of slaapt contempleert hij niet. Plotinus weerlegt deze claim aangezien de ziel en de werkelijke mens nooit slapen of zelfs maar in de tijd bestaan, noch zal een levende mens die het geluk (eudaimonia) heeft bereikt plotseling stoppen om zijn grootste, meest authentieke vermogen te gebruiken, alleen vanwege het ongemak van zijn lichaam in de fysieke wereld. "… De wil van de kundige mens is altijd daar en alleen naar binnen gericht." (Enneaden I.4.11)

In het algemeen is geluk voor Plotinus een "... een vlucht uit deze wereld en uit de dingen." (citaat uit Plato: Theat 176AB) en een focus op het hoogste, dat wil zeggen de vormen en het 'Ene'.

bewerk Tegen de oorzakelijke astrologie

Plotinus lijkt één van de eersten te zijn geweest die zich tegen de oorzakelijke astrologie verzette. In zijn late werk II,3, "Zijn de sterren oorzaken?", stelt Plotinus dat het geloof dat bepaalde sterren van invloed zijn op iemands fortuin (een gebruikelijk hellenistisch thema) irrationaliteit veronderstelt in een perfect universum en dat dit tot morele verdorvenheid leidt. Hij beweert echter wel dat de sterren en de planeten bezield zijn, zoals zou blijken uit hun bewegingen.

bewerk Invloed

bewerk Oudheid

Veel christenen werden beïnvloed door het Neoplatonisme, met name Pseudo-Dionysius de Areopagiet. De heilige Augustinus, vaak beschreven als een "Platonist", verwierf zich zijn Platonische filosofie na bestudering van de werken van Plotinus.

bewerk Islam

Het Neoplatonisme en de ideeën van Plotinus beïnvloedden ook de middeleeuwse islam. De soennitische Abbasieden namen Griekse concepten op in hun van staatswege voorgeschreven teksten. Ook werd het sjiïtische Isma'ilisme [8] en ook Perzische filosofen, zoals Mohammed al-Nasafi en Abu Yaqub Sijistani, door het Neoplatonisme beïnvloed. In de 11de eeuw werd het Neoplatonisme opgepakt in het Kalifaat van de Fatimiden in Egypte. Het werd daar onderwezen door de da'i (islam).[8] Het Neoplatonisme werd naar het Fatimidische hof gebracht door de Iraakse geleerde Hamid al-Din al-Kirmani, hoewel zijn geschriften verschilden van Nasafi en Sijistani, die zich meer op de oorspronkelijke werken van Plotinus baseerden. [9] De leer van Kirmani beïnvloedde op zijn beurt weer filosofen zoals Nasir Khusraw uit Perzië. [9]

bewerk Renaissance

In de Renaissance richtte de filosoof Marsilio Ficino onder bescherming van Cosimo de Medici in Florence een Academie op, die helemaal gebaseerd was op de Academie van Plato. Zijn werk was van groot belang om de filosofie van Plato in overeenstemming te brengen met het christendom. Eén van zijn meest vooraanstaande leerlingen was Pico della Mirandola, de auteur van "Een redevoering over de waardigheid van de mens". Onze term 'Neoplatonisme' vindt zijn oorsprong in de Renaissance.

bewerk Engeland

In Engeland was Plotinus van doorslaggevende invloed op de 17de-eeuwse school van de Cambridge Platonisten, en daarna op tal van schrijvers van Samuel Taylor Coleridge tot W.B. Yeats en Kathleen Raine.

bewerk India

Veel van de belangrijke Indiase filosofen zoals Sarvepalli Radhakrishnan, Ananda Coomaraswamy en anderen hebben de werken van Plotinus in hun eigen teksten gebruikt als een superlatieve uitwerking van het Indiase monisme, in het bijzonder het Upanishadische en Advaita Vedantische gedachtegoed.

bewerk Amerika

Ook vandaag de dag oefent de filosofie van Plotinus nog steeds invloed uit: de 20-ste eeuwse, Amerikaanse Integrale theoreticus Ken Wilber leunt in zijn kosmologie sterk op de Enneaden. Een aantal van zijn metafysische conclusies komt overeen met de conclusies van Plotinus zelf. Robert Pirsig's "Metafysica of quality" (Metafysica van de kwaliteit) is vergelijkbaar met de filosofie van Plotinus in de zin dat Pirsig een pre-bewuste dynamische kwaliteit poneert die voorafgaat aan de subject-object tweedeling [10]

bewerk Observaties

Het van hem overgeleverde werk is tot ons gekomen onder de titel 'Enneaden', wat duidt op de indeling van 6 maal negen ('ennea') essays, waarin zijn leerling Porphyrius zijn werk, soms wat arbitrair, heeft opgesplitst.

Plotinus heeft de ambitie het werk van Plato te verklaren, en pretendeert niet een nieuwe filosofie te brengen. Maar voor ons staat hij mijlenver van Plato af, en de manier waarop hij zijn Plato-citaten ter adstructie bijeenraapt maakt op ons een wat onsamenhangende indruk. Reden waarom wij hem tegenwoordig tot het Neoplatonisme rekenen, een filosofische stroming die, anders dan de naam suggereert, ook gebruik maakt van het werk van andere filosofen dan Plato. Plotinus geldt als de belangrijkste vertegenwoordiger van dit Neoplatonisme.

Plotinus' werk is tamelijk moeilijk toegankelijk, met uitzondering misschien van Tractaat I,6 "Over het Schone". Hij schreef zijn verhandelingen aus einem Guß, en keek er daarna niet meer naar om. Daarnaast is wat hij betoogt vaak zeer abstract, en ziet men hem als het ware met de taal worstelen. Om 'het onzegbare te zeggen' gebruikte hij vaak mooie beelden.

Ook is overal een 'urgentie' voelbaar: hij wil de toehoorder/lezer deelgenoot maken van zijn eigen bijna mystieke ervaringen, en tegelijk een rationele verantwoording geven van de mogelijkheid van deze ervaringen.

Plotinus heeft geen ethiek. Mogelijk om dit 'gebrek' te compenseren benadrukt Porphyrius in zijn 'Leven van Plotinus' wat voor hoogstaand en nobel mens hij was.

Henri Bergson voelde een sterke verwantschap met Plotinus, iemand als Bertrand Russell moest niets van hem hebben.

bewerk Filosofie

De belangrijkste overeenstemming van Plotinus' leer met Plato is het dualisme, het bestaan van een bovenzinnelijke wereld, de wereld van de ideeën en het ware Zijn, die wezenlijk verschilt van de waarneembare wereld. Het verschil met Plato is dat Plotinus veel meer de nadruk legt op de Godheid / Het Ene. Bij Plotinus staat alle kennis slechts ten dienste van het uiteindelijke doel dichterbij de Godheid / Het Ene te geraken.

Er zijn drie aan elkaar ondergeschikte hypostasen: Het Ene, de Geest (Nous) en de Wereldziel (Psyche).

Daaronder komt de zichtbare wereld. Deze opbouw komt waarschijnlijk oorspronkelijk van Posidonius en zou via Numenius van Apamea en Albinus tot het Neoplatonisme zijn doorgedrongen. God is de absolute eenheid geworden waaraan de dingen hun eenheid en een zekere volmaaktheid ontlenen, maar omdat de dingen ook deel hebben aan een zekere mate van veelheid, moet de absolute eenheid boven de dingen en dus boven het Zijn staan. Over Het Ene kan niets worden gezegd, ook niet over zijn verstand, vrijheid van handeling, etc., het staat boven elke bepaling. Men kan alleen maar zeggen wat Het niet is, een opvatting die later als 'Negatieve Theologie' school gemaakt heeft.

De wijze waarop het Vele uit het Ene voortkomt wordt niet direct 'verklaard' maar wordt met behulp van allerlei vergelijkingen uitgebeeld; hier is Het Ene een bron die nooit droogvalt en van waaruit allerlei stromen ontspringen, daar is het een boom die uit zijn wortels het leven opstuwt naar de takken en bladeren zonder zelf te veranderen, en dan is het weer de zon die altijd schijnt zonder aan kracht en helderheid te verliezen.

Plotinus laat de mens opgaan in de levensstroom die van Het Ene uitgaat. Maar ook andersom: kenmerkend voor Plotinus' filosofie is namelijk het dynamische aspect: de mens kan ook innerlijk de metafysische 'lagen' ervaren. De binnenwereld 'is' als het ware de buitenwereld, of beter: kan dit zijn in het geval van de ware filosoof.

bewerk Zie ook

bewerk Secundaire Literatuur

Goede boeken ter nadere introductie zijn:

  • Pierre Hadot: La simplicité du regard
  • R.T. Wallis: NeoPlatonism

bewerk Noten

  1. ^ "Plotinus." De Columbia Electronic Encyclopedia, Zesde editie. Columbia University Press., 2003. Answers.com 16 oktober. 2007. http://www.answers.com/topic/plotinus
  2. ^ "Plotinus." De beknopte Oxford Companion met klassieke literatuur. Oxford University Press, 1993, 2003. Answers.com 16 oktober. 2007. http://www.answers.com/topic/plotinus
  3. ^ Bilolo, M.:La notion de « l’Un » dans les Ennéades de Plotin et dans les Hymnes thébains. Contribution à l’étude des sources égyptiennes du néo-platonisme. (nl: De notie van het 'Ene' in de Enneaden van Plotinus en in thebaanse hymnen. Een bijdrage naar de studie van Egyptische bronnen van het neo-platonisme). In: D. Kessler, R. Schulz (Eds.), "Gedenkschrift für Winfried Barta Htp dj n Hzj", (Münchner Ägyptologische Untersuchungen, Bd. 4), (München Egyptische onderzoekingen, vol 4), Frankfurt, Berlijn, Bern, New York, Parijs, Wenen: Peter Lang, 1995, pp. 67-91.
  4. ^ Porphyrius, On the Life of Plotinus and the Order of His Books (Over het leven van Plotinus en de volgorde van zijn boeken, Ch 3 (in Armstrong's Loeb vertaling, "hij was er op gebrand om kennis te maken met de heersende filosofie onder de Perzen en de Indiërs ").
  5. ^ Porphyrius, Vita Plotini, 9 Zie ook Emma C. Clarke, John M. Dillon, P. Hershbell en Jackson (1999) Iamblichus on The Mysteries (Iamblichus over de Mysterieën), pagina xix. SBL. die zeggen "in het belang van een overtuigende chronologie moet men aannemen dat Ariston pas enige tijd na de dood van Plotinus in het huwelijk trad met Amphicleia'
  6. ^ I.6.6 en I.6.9
  7. ^ Deze verbinding wordt gelegd in de werken van Ananda Coomaraswamy [1] en is uitgewerkt in J. F. Staal, Advaita en het Neoplatonisme: Een kritische studie in de vergelijkende filosofie, Madras: Universiteit van Madras in 1961. Meer recentelijk, zie Frederick Copleston,Religie en het 'Ene': filosofieën Oost en West (Universiteit van Aberdeen Gifford Lectures 1979-1980) en de speciale sectie "Fra Oriente e Occidente" in Annuario filosofico No 6 (1990), met inbegrip van de artikelen "Plotino e l'India" door Aldo Magris en "L'India e Plotino" door Mario Piantelli. De verbinding wordt ook genoemd door Sarvepalli Radhakrishnan (ed.), History of Philosophy Eastern and Western (Geschiedenis van de Filosofie Oost-en West) (Londen: George Allen & Unwin, 1952), vol. 2, p. 114; in een lezing door professor Gwen Griffith-Dickson [2], en in John Y. Fenton, "Mystieke Ervaring als een brug voor cross-culturele filosofie van de religie: een kritiek," Journal van de American Academy of Religion1981, p. 55. De gezamenlijke invloed van Advaitin en Neoplatonische ideeën op Ralph Waldo Emerson wordt beschouwd in Dale Riepe, "Emerson and Indian Philosophy" (Emerson en de Indische filosofie), of the History of Ideas, 1967.
  8. ^ a b Halm 176.
  9. ^ a b Halm, 177.
  10. ^ Zen and the Art of Motorcycle Maintenance (Zen en de kunst van het Motoronderhoud)

bewerk Externe links


All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog.