|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Groottes van de eerste tien planetoïden (op nummer) vergeleken met de diameter van de Maan.
Foto van de planetoïde 253 Mathilde, in 1997 gemaakt door de ruimtesonde Near. Mathilde is iets groter dan 50 km in diameter.
Planetoïden, ook wel asteroïden, kleine planeten of mindere planeten genoemd, zijn stukken materie in ons zonnestelsel die zich evenals planeten in een baan om de zon bewegen. Er zijn er inmiddels ruim 300.000 bekend. Verreweg de meeste hebben banen tussen de planeten Mars en Jupiter. De grootste zijn bijna 1000 km groot, maar er zijn er ook zo klein als stof. Het materiaal schijnt vaak steenachtig te zijn, maar soms is het ijzer- of nikkelhoudend en op grote afstand van de zon zijn er ook ijsplanetoïden.
bewerk Naamgeving
Een planetoïde wordt ook kleine planeet of asteroïde genoemd. De term asteroïde wordt gewoonlijk gebruikt om een diverse groep kleine hemellichamen in ons zonnestelsel te benoemen die een omloopbaan hebben rond onze zon. Asteroïde (Grieks voor "op een ster lijkend") is het meest gebruikte woord in de Engelse literatuur voor kleine planeten. De International Astronomical Union verkiest de term kleine planeet. Sommige talen verkiezen planetoïde (Grieks voor "op een planeet lijkend"), omdat het min of meer beschrijft wat die hemellichamen zijn. Ook in het Nederlands zegt men liever planetoïde, maar in vertalingen komt asteroïde veel voor. In 2006 heeft de International Astronomical Union de term small solar system body (SSSB) ingevoerd, die de meeste hemellichamen omvat die vroeger als kleine planeten of kometen aangeduid werden. Tegelijk werd de term dwergplaneet ingevoerd voor de grootste kleine planeten. Om dwergplaneet genoemd te worden moet het hemellichaam door de zwaartekracht een ronde vorm aangenomen hebben, mag er zich geen andere materie meer bevinden in zijn omloopbaan en moet de omloopbaan rond onze zon zijn. Een planetoïde zal onder invloed van de zwaartekracht een ronde vorm aannemen vanaf ongeveer een diameter van 1000 km. Dit is echter afhankelijk van de dichtheid van het hemellichaam. De eerst ontdekte planetoïde (1) Ceres werd een dwergplaneet toen de definitie veranderde op 24 augustus 2006. bewerk EigenschappenVanaf de aarde gezien zijn de meeste planetoïden te klein om zelfs met een telescoop details te laten zien, het zijn niet meer dan lichtpuntjes (vandaar dat ze in veel talen asteroïde worden genoemd, van Grieks astèr + –eidès, 'gelijkend op een ster', hoewel ze in werkelijkheid eerder op planeten gelijken). bewerk VormEnkele planetoïden zijn sinds 1991 door ruimtesondes van dichtbij gefotografeerd waaronder Gaspra, Ida, Eros, Mathilde, Braille, Annefrank en Itokawa. Deze foto's laten zien dat het onregelmatige, aardappelvormige steenklompen zijn, met veel kleine en soms een grotere krater. Ze lijken daarmee erg op sommige manen, zoals de Marsmaan Phobos of de Saturnusmaan Phoebe; waarschijnlijk zijn dat oorspronkelijk ook planetoïden geweest, die later door een planeet werden ingevangen. Ook is er gelijkenis met de rots- en ijsachtige kernen van kometen. Dat planetoïden een grillige vorm hebben, blijkt ook uit het feit dat vele een regelmatig wisselende helderheid hebben: kennelijk zien we door de aswenteling vanaf de aarde afwisselend een heldere of brede, en een donkere of smalle kant. Anders dan planeten hebben planetoïden geen bolvorm. Dat komt doordat ze zo klein en licht zijn. Hoe meer massa een planetoïde of planeet heeft, des te groter is de zwaartekracht aan het oppervlak. Daardoor kunnen uitstulpingen en bergen inzakken door hun eigen gewicht. Bij planetoïden is deze kracht meestal veel te gering om invloed te hebben. Van een aantal planetoïden is inmiddels bekend of bestaan sterke aanwijzingen dat ze wel zwaar genoeg zijn om onder hun eigen zwaartekracht een bolvorm aan te nemen. bewerk GrootteUit de gemiddelde helderheid is de grootte van een planetoïde te berekenen als we het lichtweerkaatsend vermogen (albedo) kennen, maar dat loopt bij planetoïden enorm uiteen: er zijn "zwarte" planetoïden (minder dan 5% weerkaatsing) maar ook heel heldere (50% of meer). Schattingen van de afmetingen van planetoïden zijn daardoor vaak nogal onzeker. Slechts voor een beperkt aantal heeft men de middellijn direct kunnen meten, bijvoorbeeld door middel van een sterbedekking. Dertien planetoïden uit de planetoïdengordel groter dan 250 km in diameter:
bewerk MassaHet is niet gemakkelijk de massa van een planetoïde te meten; het is hiervoor nodig dat een ander object (een andere planetoïde, een ruimtesonde, of een maantje) zich vrij dicht langs de planetoïde beweegt, zodat men de verstoring van de baan kan meten. Sinds 1993 is gebleken dat tientallen planetoïden een maantje hebben, waardoor het aantal massabepalingen sterk is toegenomen. In veel gevallen blijkt de soortelijke massa erg gering te zijn, vaak niet veel meer dan 2 kg/dm3. Dat wijst erop dat planetoïden eerder hopen gruis dan massieve lichamen zijn. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de relatief frequente onderlinge botsingen in de planetoïdengordel. Een hoop gruis zal bovendien niet zo snel in talloze fragmenten uiteenbarsten als het door een tamelijk groot object getroffen wordt; dit zal dan eerder leiden tot een herschikking van de gruishoop. bewerk SamenstellingBestudering van de planetoïden heeft aan het licht gebracht, dat het overgrote deel uit silicaten bestaat (steenmeteorieten) en een klein deel uit ijzer en nikkel (ijzernikkelmeteorieten). Ook zijn er combinaties van beide soorten. Omdat de planetoïden uit nuttige materialen bestaan is het idee ontstaan erts te winnen uit één of meerdere planetoïden. Een planetoïde kwam in de aandacht omdat men de grondstof van de planetoïde wil ontginnen en een proces over het eigendomsrecht van de planetoïde. bewerk OmwentelingstijdAangezien planetoïden om hun eigen as draaien, kan de lichtweerkaatsing van de planetoïde veranderen tijdens de asomwenteling. Uit zulke periodieke helderheidswisselingen is voor veel planetoïden de omwentelingstijd bepaald; meestal ligt die tussen drie uur en één dag (uitersten zijn 2000 WH10 met 80 seconden, en 1997 AE12 met 68 dagen). bewerk Afstand tot de zonbewerk OmlooptijdPlanetoïden worden in groepen verdeeld op basis van hun gemiddelde afstand tot de zon (halve grote baanas, symbool a). Dit is equivalent met een indeling naar hun omlooptijd T rond de zon. De grenzen tussen de groepen worden gelegd bij omlooptijden die een eenvoudige verhouding hebben met de omloopstijden van planeten. (In enkele gevallen is ook de kortste afstand tot de zon (periheliumafstand q) een indelingscriterium.) Zo ontstaat de volgende indeling:
bewerk OmloopbaanPlanetoïden volgen verschillende omloopbanen, en worden ook op basis daarvan onderverdeeld.
Een overzicht van de huidige posities van de planetoïden binnen ons zonnestelsel is te vinden op de website van het MPC onder InnerPlot.html. Deze wordt iedere dag bijgewerkt. Er is een beeld en een animatie voor het binnenste en het buitenste zonnestelsel. bewerk Gordel tussen Mars en JupiterDe eerste planetoïden werden ontdekt tijdens een zoektocht naar een onbekende planeet tussen Mars en Jupiter. De banen van de nu bekende planetoïden liggen voor 98% in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter. Sommige komen wel binnen de baan van de Aarde (aardscheerders), enkele blijven steeds binnen de baan van de aarde en andere komen buiten de baan van Saturnus. De eerst ontdekte planetoïde, Ceres, is nu nog steeds de grootst bekende planetoïde (1003 km) van de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter. Ceres werd in 1801 ontdekt. De planetoïden tussen Mars en Jupiter zijn in een stabiele baan en er is weinig kans dat een van die planetoïden de aarde zal raken. bewerk KuipergordelOok in de Kuipergordel bevinden zich enorme hoeveelheden materie. De Kuipergordel is een gordel van vele miljarden komeetachtige, uit rots en ijs bestaande objecten, voorbij de baan van de achtste planeet van ons zonnestelsel, Neptunus. De gordel bevindt zich op 30 AE tot 50 AE afstand van de zon. Als deze objecten de zon naderen, gedragen ze zich als een komeet. Als een nieuw object ontdekt wordt is het niet altijd duidelijk of het een planetoïde of een komeet betreft. Beide krijgen een nummering volgens hetzelfde systeem. De grote "Kuipergordel-objecten" worden ook wel aangeduid met de naam plutino's. De grootste van deze objecten die tot nog toe zijn ontdekt, zijn Eris, die waarschijnlijk groter is dan Pluto, en Quaoar, ontdekt in 2002, met een doorsnede van 1280 km, groter dan de grootste planetoïde Ceres en de maan Charon. De planetoïden in de Kuipergordel (ook wel KBO's genoemd, Kuiper Belt Objects) zijn veel minder onderhevig aan de zwaartekracht van de zon, aangezien deze zwaartekracht met het kwadraat van de afstand afneemt. Hierdoor kan door inwerking van zwaartekracht van andere hemellichamen of door botsen met andere planetoïden hun baan makkelijk verstoord worden, waardoor deze planetoïden de ruimte ingeslingerd worden of richting aarde afwijken. Door de grote massa en dus ook de grote zwaartekracht van Jupiter worden vele planetoïden door deze planeet opgevangen. bewerk OortwolkOp een afstand tussen ongeveer 10.000 en 100.000 AE van de zon (0,1–2 lichtjaar) zou zich een bolvormig gebied bevinden rond de zon van waaruit kometen ons zonnestelsel binnendringen. Dat gebied wordt de Oortwolk genoemd. Het is mogelijk dat enkele planetoïden, zoals Sedna en 2000 OO67, die een zeer elliptische baan hebben met een grootste afstand tot de zon van ongeveer 1000 AE, uit dat gebied afkomstig zijn. bewerk Lichtintensiteit en SpectraalklasseDe planetoïden worden ook ingedeeld volgens hun lichtweerkaatsing (licht of donker) en volgens hun spectrum (kleur). Gemiddeld zijn planetoïden in banen dicht bij de zon lichter dan planetoïden verder weg. De belangrijkste klassen zijn de C-, S-, M-, E- en R-klasse. Planetoïden die buiten het schema vallen, worden ingedeeld in de U klasse ('Unclassified').
bewerk OorsprongAanvankelijk kende men alleen de planetoïden van de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter, waar men een planeet verwachtte. Deze planetoïden werden dan ook gezien als de restanten van een vroegere planeet die door een natuurramp uit elkaar gespat was. De totale massa van de planetoïden is echter slechts voldoende voor een lichaam met een diameter van de helft van die van de maan. Later vond men planetoïden die dicht langs de aarde kwamen, zodat de idee ontstond dat ze ontstaan waren door een inslag op de maan. Volgens de huidige inzichten bestaan de meeste planetoïden uit materiaal, dat sinds de vorming van ons zonnestelsel niet heeft bijgedragen tot de vorming van een planeet vanwege de storende invloed van de aantrekkingskracht van de andere planeten. Andere planetoïden kunnen ingevangen zijn tijdens het passeren van ons zonnestelsel. Door bepaalde kenmerken van planetoïden, zoals het vlak waarin hun baan zich bevindt, denkt men te kunnen vaststellen of een planetoïde oorspronkelijk van ons zonnestelsel is, of ingevangen is uit een ander zonnestelsel. bewerk Observatiesbewerk ZoektochtDe wet van Titius-Bode was de aanleiding om op zoek te gaan naar een planeet tussen Mars en Jupiter. Het is een wiskundige formule opgesteld aan de hand van de waargenomen plaatsen van de planeten zonder wetenschappelijk basis. Op basis van deze aanname zette Franz Xavier von Zach in 1800 een van de eerste internationale wetenschappelijke onderzoeksprogramma's op het getouw, dat bekend is geworden onder de naam Celestial Police. Men zocht naar een kleine planeet, anders was die planeet reeds lang ontdekt. Men ontdekte echter niet één planeet tussen Mars en Jupiter, maar verschillende planetoïden.
Daarna ging het echter vlug:
Tegenwoordig is de zoektocht naar planetoïden weer actueel door het gevaar van planetoïden die op aarde zouden kunnen botsen. LINEAR, NEAT, Spacewatch en andere zoekprojecten houden zich continu bezig met het volgen en catalogiseren van de planetoïden. Het aantal geobserveerde planetoïden per observator wordt bijgehouden: zie externe link "Ontdekkers van planetoïden". Meer dan de helft, 47.899 van de 90.154 (22 nov 2004) zijn gevonden door het LINEAR-project. Iedereen mag meewerken aan het zoeken naar nieuwe planetoïden, mits hij over de nodige apparatuur beschikt en de opgelegde regels volgt. Een nieuwe observatie moet minimum twee nachten gedurende 30 minuten gebeuren. bewerk Lijstbewerk AantalVolgens de maandelijks bijgewerkte gegevens van het Minor Planet Center van de IAU (zie externe links) was de stand van zaken op 25 januari 2005 als volgt :
Het aantal planetoïden in ons zonnestelsel is natuurlijk niet constant:
bewerk InslaggevaarSommige planetoïden komen sterk in de aandacht omdat ze dicht langs de aarde voorbijkomen, of verbranden in de atmosfeer. De vrees voor een catastrofale ramp bij het botsen van een grote planetoïde met de aarde houdt de aandacht gericht op de planetoïden. De aandacht voor het risico op inslagen, is vooral te danken aan het werk van Eugene Shoemaker, die in 1960 aantoonde dat inslagen van meteorieten een grote rol hebben gespeeld bij de vorming van kraters op de aarde en de maan. bewerk Inslag van een planetoïde op de AardeHet massaal uitsterven van diersoorten 65 miljoen jaar geleden wordt toegeschreven aan de inslag van een middelgrote planetoïde. De eerstvolgende planetoïde die een mogelijke dreiging vormt, is waarschijnlijk Apophis die op 13 april 2036 onze aarde zal bereiken, en een kans van 1 op 45.000 heeft om onze planeet daadwerkelijk te raken. Het is vooral de ex-astronaut Rusty Schweickart die momenteel aandringt op een UN commissie die de dreiging van planetoïden onder de loep moet nemen en tot eventuele maatregelen moet besluiten, zoals het sturen van een ruimtemissie om de planetoïde uit zijn baan te brengen. In oktober 2008 werd vanuit de Verenigde Staten voor het eerst een vermoedelijke "inslag" van een slechts kort tevoren ontdekte, de aarde naderende kleine planetoïde gemeld. Het betrof het object genaamd 2008 TC3, vermoedelijk met de omvang van niet meer dan een personenauto, die boven noordelijk Soedan in de atmosfeer zou exploderen met een kinetische energie-equivalent van 1.000 of 2.000 ton TNT. De melding had betrekking op een planetoïde die de voorgaande nacht ontdekt was door Richard Kowalski en anderen op een observatorium in Arizona. Peter Brown, een meteoor-onderzoeker aan de Universiteit van West Ontario in Canada, meldde dat de explosie geregistreerd was door een ultargeluid-sensor van het International Monitoring System dat dient voor de detectie van kernwapenexlosies. Op beelden van de ESA-weersatelliet zou de gebeurtenis ook waargenomen zijn. Zdenek Charvat van het Tsjechisch Hydrometeorologisch Instituut ontdekte als eerste de flits op de Meteosat-opnamen. [1] bewerk RisicofactorenDe kans en de gevolgen van een inslag van een planetoïde worden bepaald door het aantal planetoïden met een baan die in de buurt van de aardbaan komt, de snelheid van de planetoïden en hun massa (dus hun kinetische energie), hun samenstelling (makkelijk verbrandbaar tijdens hun tocht in de atmosfeer) en hun grootte (al of niet volledig verbrand tijdens hun tocht door de atmosfeer). Het risico (inslagkans maal mogelijke gevolgen) van een mogelijke inslag wordt uitgedrukt in de schaal van Torino. Een zware inslag kan niet alleen grote plaatselijke schade veroorzaken, maar zelfs het milieu totaal veranderen, bvb. door grootschalige bosbranden en "impact winter" effecten door de enorme stofuitstoot in de atmosfeer.
bewerk BeschermingDe eerste bescherming is natuurlijk het gevaar op voorhand onderkennen. Daarom wordt een inventaris gemaakt van zoveel mogelijk planetoïden. Veel planetoïden kaatsen echter te weinig licht terug en worden zeer laat of niet ontdekt. Verder zou het kunnen dat een planetoïde steeds de kleinste zijde naar de aarde toekeert, waardoor ontdekken moeilijker is en de grootte van de planetoïde sterk onderschat wordt.
bewerk Mogelijke inslag van een planetoïde op MarsEind december 2007 werd uitgekeken naar een mogelijke inslag van een planetoïde, 2007 WD5, op Mars. De planetoïde werd pas in november 2007 ontdekt en zou mogelijk op 30 januari 2008 inslaan op Mars. Het zou de eerste inslag van een planetoïde zijn op een planeet die waargenomen wordt, aangezien tot nu toe alleen een inslag van een komeet waargenomen werd. (In de jaren 90 werd de inslag van restanten van de komeet Shoemaker-Levy 9 op Jupiter waargenomen). Op 11 januari 2008 berichtte NASA echter dat er geen inslag zou plaatsvinden. bewerk Zie ook
bewerk Externe links
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |